Een alfabetische schrijfwijze, zoals in de Nederlandse en Engelse taal, codeert uitspraak aan de hand van fonemen. Fonemen zijn alle mogelijke klanken in een taal. Het is aan een lezer om de relatie te zien tussen geschreven taal en de klanken die hierbij horen. Dit vraagt de lezer te herkennen dat uitspraak opgedeeld kan worden in kleinere elementen, ofwel dat de lezer fonemisch bewust is. (Downing, 1979). De aanname dat leesvaardigheid en het fonemisch bewustzijn aan elkaar gekoppeld zijn is meerdere malen wetenschappelijk bewezen. Deze relatie is aanzienlijk zelfs wanneer de intelligentie en sociaaleconomische gelijk zijn onder deelnemers van onderzoek (Goldstein, 1976).

De relatie tussen fonemisch bewustzijn en leesvaardigheid kan op meerdere manieren geïnterpreteerd worden. Bijvoorbeeld: fonemisch bewustzijn is een resultaat van het leren lezen of het fonemisch bewustzijn is een voorwaarde om te kunnen leren lezen. Beide interpretaties zijn wetenschappelijk onderbouwd in meerdere studies. Zo hebben Hong-Yin en Bao-Qing in 1986 een onderzoek gedaan naar de eerstgenoemde en Tunmer en Nesdale (1985) naar de laatstgenoemde.

Er kan vanuit gegaan worden dat de relatie tussen het fonemisch bewustzijn en leren lezen er één is van een wisselwerking tussen de twee.  Om effectief gebruik te kunnen maken van leesstrategieën hebben beginnende lezers een bepaalde mate van fonemisch bewustzijn nodig. Aan de andere kant verhoogt lezen op zich ook het fonemisch bewustzijn. Fonemisch bewustzijn is dus een voorwaarde en een gevolg van en voor het lezen in zowel de Nederlandse als Engelse taal (Yopp, 1992).

Mijn eigen onderzoek ondersteunt de aanname dat het fonemisch bewustzijn een relatie heeft met leesvaardigheid en tekstbegrip in het bijzonder. Op basis van deze relatie heb ik een werkboek gemaakt dat ik gebruik bij het trainen van het fonemisch bewustzijn bij dyslectici.

De relatie tussen het fonemisch bewustzijn en leesvaardigheid